De plassen ten noordoosten van Rotterdam werden vanaf het midden van de 18e eeuw grotendeels drooggeled, waarbij de laatste droogmakerij klaar was in 1874. Deze droogmakerij werd vernoemd naar de zoon van de destijds heersende Koning Willem III, Prins Alexander. Aan het einde van de jaren '50 werden plannen gemaakt om in deze polder nieuwe woonwijken te bouwen en vanaf de jaren '60 tot en met de jaren '90 zijn deze plannen dan ook gerealiseerd. De huidige grootte van de wijk is tot stand gekomen door land te kopen van de gemeenten Zevenhuizen - Moerkapelle en Nieuwerkerk aan den IJssel. Door deze toevoegingen aan land is de deelgemeente letterlijk 'uit de polder getreden'.