Aan de westelijke oever van de rivier De Rotte stonden in de twaalfde eeuw zeven huisjes. Aan deze huisjes heeft de plaats Zevenhuizen haar naam dan ook te danken. Vanuit deze kleine woonkern begon men de nabijgelegen gronden te ontginnen, waardoor het dorp zich steeds verder van de rivier af ontwikkelde. Het fundament van een kerk werd gelegd in het begin van de vijftiende eeuw en werd een eeuw later voltooid met de bouw van een toren. In het noordelijke deel van Zevenhuizen bevonden zich de Wilde Veenen. Deze werden vanaf de veertiende eeuw losgemaakt van het dorp en verpacht aan andere partijen.